Fotovoltaïsche zonne-energie: wat is dat?
De zon is een onuitputtelijke bron van energie. Bij het gebruik daarvan wordt onderscheid gemaakt tussen thermische zonne-energie en fotovoltaïsche zonne-energie. Thermische zonne-energie is het opwekken van warmte met behulp van zonnecollectoren. Klassieke toepassingen zijn het verwarmen van gebruikswater, verwarmingsondersteuning en verwarming van zwembadwater. Bij fotovoltaïsche zonne-energie wordt er stroom uit zonlicht gewonnen. De hierbij gebruikte zonnecellen zijn halfgeleidende elementen, over het algemeen van silicium. Als er zonlicht op een zonnecel valt, worden daar elektronen in beweging gezet en stroomt er elektriciteit. Voorwaarde is dat er sprake is van een gesloten stroomcircuit via een verbruiker of het stroomnet.

Zonnecellen worden met afmetingen van 10 x 10 cm tot 15 x 15 cm gefabriceerd en samengevoegd tot zonnepanelen. Als bescherming tegen zeer extreme klimaatomstandigheden zijn de cellen tussen een glasplaat en folie aan de achterkant gelamineerd en permanent verzegeld. Het geheel wordt bijeen gehouden door een aluminium frame dat de panelen de nodige stabiliteit geeft en montage op een onderliggende constructie mogelijk maakt. Elektrische aansluiting gebeurt met twee aansluitkabels die voorzien zijn van waterdichte stekkerverbindingen.
Op grond van hun fysische eigenschappen wekken zonnecellen gelijkstroom op. De gewonnen stroom kan direct in accu's worden opgeslagen of door verbruikers van gelijkstroom worden gebruikt. Van autonome zonnestroomsystemen is sprake als er geen openbaar stroomnet ter beschikking staat. Bij netgekoppelde systemen is een omvormer voor het omvormen naar wisselstroom nodig. De zonnestroom wordt in dat geval direct aan het stroomnet toegevoerd, door een extra teller geregistreerd en vergoed.